Datastructuren gebruiken

Vraag een architect wat er in zijn systeem kan bestaan en je krijgt een lijst applicaties. Vraag het aan deze twee platen en je krijgt een antwoord dat overeind blijft als die applicaties weg zijn. Hieronder eerst de kern met haar sleutels, daarna dezelfde kern in de woorden van het concern zelf.

De objectlaag, de begrippen van het concern De going concern en de architectuurketen als begrippen in de graaf Kader, dwars op de keten, wet en regelgeving, sectorstandaarden, referentiearchitecturen Going concern De keten, van richting naar uitkomst Architectuurketen bevat verwoordt draagt bij aan levert op bevat groepeert onderbouwt brengt voort bewaakt levert begrenst Perspectief negen tot elf, elk met een eigenaar Uitspraak richtinggevend, niveau 1 tot en met 3, met status Thema het bestuurlijke waarom Artefact de vastgelegde uitkomst van een schakel Situatie het moment aan tafel waarop het valt Datadomein eigenaar, bron, kwaliteit, toegang Brongegeven stamgegeven en toestandsgegeven Stuur- en controlepunt wie, welk moment, welk signaal Tafel bestuur, ontwerp, change, realisatie Schakel acht, van richting bepalen tot implementeren Besluit met beslismodel en changecriteria Rol de rol, nooit de persoon Regel vijf soorten, ook de tafelregel Verantwoordelijkheid wie is ervoor, vooraf Toetsing is het gevolgd, achteraf Elk artefact draagt bij aan minstens een ander artefact of thema. Sluit de lijn niet, dan staat het op los zand. Elk artefact komt uit een situatie, een echt moment aan tafel, met een rol, een regel en een oordeel eromheen. Het stuur- en controlepunt uit de keten is een tafelregel, en de Toetsing is de uitkomst ervan.

De begrippen van het concern. Contexten ín de graaf, dus content op het metamodel, geen laag ervan. Toont een greep, niet de hele verzameling.

Het logische datamodel, normaalvorm De genormaliseerde kern die de datacentrische database wordt 1 n 1 n 1 n 1 n instantie 1 n 1 n 1 n ORGANISATIE id PK naam DOMEIN id PK organisatie_id FK naam soort KOPPELVLAK id PK domein_id FK naam bron CONTEXT id PK domein_id FK naam omschrijving RELATIETYPE id PK van_context_id FK naar_context_id FK naam aard CONTENT id PK context_id FK waarde status peildatum RELATIE id PK relatietype_id FK van_content_id FK naar_content_id FK volgorde Context en Relatietype zijn de modellaag, Content en Relatie de instantielaag. De Relatie maakt er een graaf van in een gewone database, dat is het gouden hart. Hierarchie zit in het relatietype met een aard en de relatie met een volgorde. Een veld is zelf ook een Context.
Het logische datamodel, normaalvorm Regels op het type, oordelen over de instantie, en de match als relatie met een status TYPELAAG INSTANTIELAAG heeft 1 n heeft 1 n 1 n subject subject toetst van, naar 1 n instantie type van van, naar 1 n herkomst rol, aspect ORGANISATIE id PK naam DOMEIN id PK organisatie_id FK naam soort KOPPELVLAK id PK domein_id FK naam soort (systeem, view, handmatig) bron richting REGEL id PK subject_id FK subject_soort (context of relatietype) naam soort (constraint, geldige toestand, toegestane overgang, afleiding, tafelregel) expressie geldig van, geldig tot T CONTEXT id PK domein_id FK naam omschrijving soort (canoniek, ontvangen) RELATIETYPE id PK van_context_id FK naar_context_id FK naam aard_content_id FK (betekenis, identiteit, samenstelling) TOETSING id PK regel_id FK subject_id FK subject_soort (content of relatie) uitkomst toelichting moment T CONTENT id PK context_id FK waarde status (voorgesteld, gevalideerd) zekerheid koppelvlak_id FK opgenomen op T geldig van, geldig tot T RELATIE id PK relatietype_id FK van_content_id FK naar_content_id FK status (voorgesteld, gevalideerd) zekerheid koppelvlak_id FK opgenomen op T geldig van, geldig tot T VERANTWOORDELIJKHEID id PK rol_content_id FK aspect_content_id FK scope_id FK scope_soort (organisatie, domein, context, relatietype of content) regel_id (optioneel) FK aard (verantwoordelijk, beheerder, bewaker, uitvoerder, deelnemer) HOE JE DIT LEEST Context en Relatietype zijn het type. Content en Relatie zijn de instantie. Een Regel hangt op een type-element, dus subject_soort is context of relatietype. Een Toetsing oordeelt over een instantie- element, dus subject_soort is content of relatie. Status, zekerheid, herkomst en tijd staan op Content en op Relatie allebei. aard verwijst naar content van de context Relatietypeaard. Identiteit is de match tussen ontvangen en canoniek: het stopcontact op contextniveau, de stekker op contentniveau. Dat de stekker in het stopcontact past is geen regel maar een invariant. PK sleutel, FK vreemde sleutel, T tijd. De vier modelelementen dragen het hele model: Context, Relatietype, Content en Relatie. Een regel hangt op een type-element. Een oordeel gaat over een instantie-element. Herkomst, status en tijd reizen mee op allebei.

De genormaliseerde kern. Context en Relatietype zijn de typelaag, Content en Relatie de instantielaag. Een regel hangt op het type, een oordeel gaat over de instantie.